logo

Roadtrip naar Slovenië

We habben er een hele zomer naar uitgekeken, onze jaarlijkse zomertrip. Al zo lang we elkaar kennen plannen Samana en ik iedere zomer een reisje / vakantie. Dit jaar habben we onze zinnen gezet op Slovenië. Omdat we maar een weekje hadden besloten we dat het handiger was om niet met mijn busje te reizen, maar met de auto en tent. Zoals gewoonlijk hadden we weer niets voorbereid en vertrokken we zaterdagmiddag zonder plan naar Slovenië. We reden de hele dag door tot we ’s avonds bij de locale camping aan de Hopfensee te Füssen belandden, vlakbij de Oostenrijkse grens. De receptie was al gesloten, maar gelukkig was de slagboom nog open zodat we in het donker nog een plek konden uitzoeken en de volgende ochtend netjes betalen. ’s Ochtends ontdekten we dat we op een boerderij-camping stonden met prachtig zicht op de bergen. Snel pakten we onze tent in en vertrokken we naar de Hopfensee op zoek naar een ontbijtje met het prachtige uitzicht.

Onze route naar Slovenië was een beetje afgebogen langs Füssen omdat we Slot Neuschwanstein wilden zien. Wat we hadden moeten weten is dat dit een van de grootste tourist traps van de regio is en zeker op zo’n zonnige zondag is het er extreem druk. Het krioelt er van de toeristen, er zijn grote betaalde parkeerplaatsen en de weg naar boven is afgesloten voor verkeer. Aangezien we er op ook nog op het verkeerde tijdstip van de dag waren om hét klassieke shot te maken, namen we genoegen met een foto langs de weg beneden.

Gelukkig waren we niet alleen voor het Slot Neuschwanstein naar hier gekomen, maar ook voor Highline 178, dat net over de Oostenrijkse grens ligt. Dit is een recent gebouwde hangbrug van 406m lang op een hoogte van 114m. De tibetaanse hangbrug verbind Burg Ehrenberg en Fort Claudia. We vonden het wel de moeite om te bezoeken, maar waren zeker niet de enige en verloren onderweg meer dan een uur tijd met file-rijden. Ter plaatse was het uiteraard weer betaald parkeren en uiteraard waren de kabellift en toegang tot de hangbrug ook niet gratis. In totaal kost het je al snel zo’n 15€ per persoon.

Omdat we al veel tijd verloren hadden met de zondagse drukte reden we tot ’s avonds laat door in noordelijke richting. Uiteindelijk belandden we weer op een kleine boerderij camping bij de Seehamer See. Behalve de zondagse toeristische drukte waren we er ook nog in geslaagd om langs de weg een urbex-locatie en een ondergrondse leisteengroeve mee te pikken.

Maandag doorkruisten we Oostenrijk om dan eindelijk in Slovenië te arriveren met als eerste bestemming Bled. Tegen we bij de camping aankwamen was het alweer bijna donker, maar dat weerhield ons niet om een lange avondwandeling rondom het meer te maken. De volgende ochtend kroop ik al vroeg in de ochtend uit mijn tent in de hoop een prachtige zonsopgang te fotograferen, maar het licht viel tegen. We konden het niet laten om ’s middags nog eerst een verfrissende duik in het meer te maken, voordat we weer verder reden.

Vanuit Bled reden we verder door naar Bohinj om er een hike te maken in de vallei van de Voje. Een prachtig gebied dat onderdeel uitmaakt van het triglav national park. Slovenië stopt veel geld in de bescherming van de natuur en dus worden er overal ook entree-prijzen gevraagd. 3,5 euro is in dit geval wel zeer schappelijk.

 

In al ons enthousiasme hadden we deze hike onderschat en dachten we dat het 5km in totaal was ipv 5km heen en 5km terug. Omdat we nogal laat aan onze hike begonnen, moesten we dus het laatste stuk afleggen in het donker, zonder licht. Nadat we uiteindelijk bij de auto aankwamen zochten we een camping in de buurt, om er weer ’s avonds laat te arriveren met gesloten receptie. ’s Ochtends ontdekten we dat het de camping is waar Winter Metaldays plaats vindt, een bekend Metal festival, waarvan Samana met haar band nog op de zomer-editie in Tolmin gespeeld heeft.  Voor het eerst tijdens onze roadtrip viel het weer tegen en regende het de hele dag bijna non-stop. We raapten onze moed bij elkaar en vertrokken op een hike naar de Savica-waterval. Gelukkig viel de regen wel mee eens in het bos. Ook hier moest je weer een toegangsprijs van enkele euro’s betalen om toegang te krijgen tot het pad naar de waterval.

Na onze hike vonden we nog een verlaten hotel waar we meer dan een uur ronddwaalden. Met nog maar 2 dagen resterend in Slovenië reden we weer terug naar Bled om er de volgende dag de Vintgar kloof te bezoeken. Je kan het al raden, ook hier moest je een toegangsticket van 7€ betalen om te kunnen genieten van deze prachtige kloof. Desondanks je met tientallen toeristen over het pad loopt, was het toch wel de moeite waard om te bezoeken.

’s Avonds stelde Samana voor om naar Mojstrana te rijden om er tijdens onze laatste dag in Slovenië een via Ferrata route te beklimmen. Het was best wel een pittige route (C met D Passages). De camera bleef in de auto, maar de gopro ging wel mee voor enkele snapshots en filmpjes:

 

 

 

 

Na de via Ferrata kroop ik achter het stuur van de Panda (voorheen had Samana altijd gereden) en doorkruisten we Oostenrijk. Een eind voorbij Munchen vonden we rond half 2 ’s nachts een verlaten parkeerplaats aan de rand van een bos waar we onze tenten opzetten. Zaterdag vervolgden we onze reis naar huis weer naar Maastricht en kwam onze reis ten einde met een bezoek aan de onze locale favoriete pizzeria. 1 week om met de auto door Slovenië te reizen is véél te kort, maar het smaakt absoluut naar meer.

Behalve alleen foto’s maakte ik ook wat fimpjes met de GoPro die ik samengevoegd heb tot een 2 minuten durend filmpje, voorzien van wat bluegrass country music.

 

 

Leave a comment